Is je kind verlegen? Kruipt het snel in zijn schulp bij nieuwe en onverwachte situaties? Wat is normaal en wat kan ik doen om mijn kind te helpen?

Verlegen zijn… hoe ziet dat eruit?

Als je kind verlegen is, zal het niet spontaan en meteen reageren als het in een groep komt of een onbekende naar hem toe komt. Je kind wacht af en observeert eerst alles grondig. In vertrouwde situaties heeft je kind nergens last van. Zodra er iets onverwachts gebeurt of in een nieuwe situatie, kruipt je kind in zijn schulp.

Achterliggende redenen…

Verlegenheid zit meestal in de aard van je kind. Je kunt het al merken als je kind nog een baby is. Als iets afwijkt van het voorspelbare ritme, zoals later naar bed gaan, is je kind uit zijn doen. Je kind kan meer eenkennig zijn. Als peuter zal je kind dichtbij je blijven en niet snel alleen op onderzoek uitgaan.

Kan ik iets doen om te helpen?

Laat je kind gewoon verlegen zijn. Het klinkt misschien raar, toch help je je kind het meest als je hem even laat afwachten en vooral niet dwingt sociaal en spontaan te zijn. Anders kan je kind zelfs negatieve ervaringen opdoen en angstig worden in sociaal contacten.

Tips op een rijtje…

Je kind niet forceren en verlegen laten zijn. Hoe je dat doet lees je hier:

  • Geef je kind de tijd om even om zich heen te kijken in een situatie: verlegen kinderen vinden het vaak heel fijn om eerst even te observeren vanaf een afstandje.
  • Blijf bij je kind en observeer samen: ga hardop benoemen wat jullie zien en benoem de emoties en sfeer. Bijvoorbeeld als je kind niet mee wilt knutselen, ga er naast staan op zijn ooghoogte en vertel tegen elkaar wat je ziet: ‘Sam vindt het wel leuk volgens mij, die is zo aan het lachen. Wat zie jij als je naar ze kijkt?’.
  • Laat je kind merken dat je hem begrijpt: als jij de verlegenheid van je kind accepteert en begrijpt, kan je kind er makkelijker mee omgaan. Stel vragen: ‘Waar ben je bang voor?’, ‘Wat zou het ergste zijn wat er kan gebeuren?’ en geef erkenning: ‘Ik zie dat je het spannend vindt, knap dat je het toch probeert!’.
  • Bereid je kind voor op nieuwe situaties: dit hoeft niet in detail, maar je kind kan het fijn vinden om alvast een beeld te hebben van wat het kan verwachten. Spreek samen af wat jouw kind kan doen als het zich verlegen voelt.
  • Neem iets vertrouwds mee: welk materiaal of welke knuffel is vertrouwd voor je kind? Laat je kind iets kiezen om mee te nemen naar een verjaardag, nieuwe situatie, op school.
  • Laat je kind meedenken over zijn verlegenheid: benoem het niet als verlegenheid, maar als dat je kind nieuwe mensen of situaties eng vindt. Vraag je kind: ‘Wat vind je fijn in zo’n situatie?’, ‘Hoe kan mama/papa jou hierbij helpen?’, ‘Wat zou je eigenlijk willen?’.
  • Geef je kind zelfvertrouwen door zelf te laten doen en na te denken: laat je kind zich groot voelen, doordat het merkt dat het zelf dingen kan oplossen.
  • Oefen samen een stevige houding: laat je kind zich sterk en zelfverzekerd voelen door stevig te staan, zodat je niet zomaar omvalt. Meteen een leuk stoeimoment. Laat je kind zien hoe anderen op je reageren als je een stevige houding hebt en lacht naar anderen.

Wanneer is er meer aan de hand?

Veel peuters en kleuters zijn verlegen. Zij hebben een tijdje nodig om te wennen en meestal komt het dan vanzelf goed. Ook kinderen die op de basisschool zitten, kunnen verlegen zijn. Belemmert het je kind? Komt het daardoor niet tot spelen met anderen, durft het niet voor zichzelf op te komen, blijft het onzeker? Dan kan een weerbaarheidstraining jouw kind helpen om meer zelfvertrouwen te krijgen en steviger in zijn schoenen te staan.

banner mail

Advertenties