Je kind wil graag gaan sporten. Je weet dat prikkels, drukte en lawaai een extra drempel zijn voor je kind. Hoe kies je de juist sport voor je kind?
Ik geef je enkele tips.

Het spectrum van autisme is zo breed dat hier gaan pasklaar antwoord voor bestaat. Sporten vraagt uiteraard sociale vaardigheden, prikkelverwerking, planning en organisatorische vaardigheden.
Maar ik kan je wel enkele tips geven die helpen om een sport te vinden die bij je past.1) Iedereen heeft talenten en valkuilen. Kinderen met autisme zijn vaak extra goed in bepaalde zaken maar ook extra kwetsbaar in andere dingen.
Je kan dan je talent gebruiken in je sport en kwetsbaarheden vermijden. Veel kinderen houden niet van aanrakingen, kies in dat geval alvast niet voor judo 😉

Voorbeelden van talenten en sporten:

  • Bij veel energie – voetbal, handbal, wielrennen, atletiek, schaatsen, zwemmen
  • Concentratie – judo, darts, bowlen, tennis
  • Veel lef – turnen, klimmen, duiken, BMX
  • Geduld – honkbal, vissen, paardrijden
  • oog voor details – geocaching, shaken, biljart of pool.
  • eerlijkheid – tennis, badminton, squash
De meeste competitieve en contactsporten zijn niet aan te raden bij autisme, tenzij dit niet als valkuil ervaren wordt.
2) Wist je dat er speciale stuurkaarten bestaan die gebruikt kunnen worden in sporten om de instructies te ondersteunen en te verduidelijken? Er zijn zelfs sportclubs die deze al reeds hebben en gebruiken, informeer er zeker naar… (Gebruik dit enkele als er sprake is van een ernstigere vorm van ASS, dit om te voorkomen dat je kind een label krijgt en als ‘anders’ behandeld gaat worden)
3) Plan de sport goed en geef het weer op een planbord of weekschema. Je kan dan ineens ook de school of opvang er op zetten en andere activiteiten.
4) Zorg voor een rustmoment voor de sport. Als je al heel wat prikkels hebt opgedaan en dan nog moet gaan sporten dan loopt het vaak niet goed. Zorg dus eerst voor wat rust zodat al heel wat prikkels los gelaten kunnen worden.
5) Ga niet te vroeg naar de sportclub. Het wachten tot je kan beginnen levert immers stress en onzekerheid op.
6) Licht de trainer in. Als de trainer weet op welke situaties je kind kan reageren kan de lesgever hier rekening mee houden en zo zorgen dat je kind niet teveel belast wordt.
7) Soms is een echte sportclub nog wat te heftig voor een kind. Dan zijn speelse sport-en spelactiviteiten vaak een optie. De drempel ligt lager en er is meer individuele begeleiding.
Bovendien komen er vaak meerdere sporten aan bod waardoor je al snel kan zien en voelen waar de interesse en plezier ligt van je kind. (Multimove is zo eentje)
8) Maak gebruik van de proeflessen. Biedt je kind extra veiligheid en blijf steeds in de buurt. Desnoods die je eens een keertje mee met je kind tot hij/zij zich wat geruster voelt.
Soms is het nodig om meermaals een proefles te volgen of om meermaals gewoon te gaan kijken tot je kind zich er klaar voor voelt om echt actief deel te nemen. Volg het ritme van je kind en forceer niets.
Veel succes tijdens je zoektocht!
Advertenties