Deze week had ik een ouder in de praktijk met volgende vraag: Hoe komt het dat mijn kind op school zo rustig en braaf is, maar eens we thuis zijn lijkt de bom te barsten. Hij doet dwars, is koppig, roept en tiert. Wat doe ik mis?

Wat doe ik mis als ouder? Waarom is mij kind thuis zo heftig?
Eigenlijk die je helemaal niets mis. Het is zelfs nog niet zo gek dat kinderen zich zo gedragen. Bovendien is het een teken dat je het zelfs prima doet als ouder.

Kinderen willen graag ergens bij horen. Daarom doen ze overdag alles

Kind, Schreeuw

wat ze maar kunnen om sociaal wenselijk gedrag te vertonen dat nodig is om bij een bepaalde groep te horen. Hierdoor moeten ze dan ook vaak hun eigen behoeften even aan de kant schuiven. Sommige kinderen kunnen hier goed mee omgaan en de gevoeligere kinderen hebben het er moeilijk mee. Ze kroppen hun frustraties en woede op en sparen hun verdriet op net omdat ze zo graag aan de verwachtingen willen voldoen van vriendjes, de juf en de maatschappij.
Eens thuis dan barst de bom. Dit komt omdat je kind zich net veilig voelt thuis om zichzelf te zijn dat hij hier zijn frustraties los kan laten. Net doordat ze thuis alles kunnen ventileren, creëren ze meer ruimte om te gaan met al die situaties buitenshuis.

Hieronder enkele tips om je kind te helpen:

  1. Vertrouwen: Vertrouw op jezelf als ouder. Als je kind zich thuis anders gedraagt dan ergens anders ligt dat niet aan je tekortkomingen maar aan je kwaliteiten. Je kind kan en mag zichzelf zijn met al zijn gevoelens, hij voelt dat jij er onvoorwaardelijk voor hem bent.
  2. Begrip: Toon begrip voor de emoties van je kind ook al is dat niet eenvoudig tijdens uitbarstingen. ‘Ho stop, je hoeft niet te stampen. Volgens mij voel je je niet zo lekker nu. Weet je wat, duw maar eens heel hard tegen mijn handen.’ Je erkent de gevoelens, geeft grenzen aan en toch ben je er om te helpen.
  3. Ontspannen: Sommige kinderen hun emmertje loopt over aan het einde van de dag. Bouw dan ook wat ontspanning in. Plan extra tripjes naar de winkel of de dokter zorgvuldig en hou rekening met extra schooltaken.
  4. Zelfstandigheid: Je krijgt soms het idee dat je strenger moet zijn.  Soms is het juist beter dat net niet te doen. In plaats daarvoor kan je hem beter wat meer verantwoordelijkheid en zelfstandigheid aanbieden. Leg uit waarom hij ook naar andere mensen moet luisteren zoals oma, de juf, … Dat scheelt al veel.
  5. Structuur: Veel kinderen houden van voorspelbaarheid. Regelmaat, routines, gewoontes en regels bieden een gevoel van veiligheid. School is vaak een plek waar  je dit allemaal terugvindt.
  6. Verandering: Er zijn kinderen die hun uitbarsting al krijgen van zodra ze de school of bij familie buiten wandelen. De overgang van de ene situatie naar de andere maakt het voor hem moeilijk. Maak eerst contact met je kind alvorens je praat met de juf of oma. Bedenk een vast ritueel bij het ophalen van je kind, zo is je kind voorbereid op de overgang die gaat komen en kan hij er beter mee omgaan.

Loopt het toch een keertje mis, twijfel niet aan jezelf. Volg je gevoel en weet dat jij de veilige basis bent voor je kind.

Advertenties